
Crooswijk – In navolging van het eerste hoofdstuk gaat de geschiedenis verder over slecht onderhouden huizen, kleine kamertjes, het bekende voor-tussen-achter een keuken die de naam niet verdiende. De woonomstandigheden in Crooswijk waren ook na de oorlog nog steeds erbarmelijk.
Crooswijk een halve eeuw woonlastenstrijd gaat verder de oude arbeidersbuurten zoals Crooswijk telden niet mee. Daar stapelde de problemen zich alleen maar op, vertelt Barend Dorchain, die in 1930 in Crooswijk kwam wonen. De huisjesmelkers verrijkte zich alleen maar. Onderhoud was er niet bij, met potten, pannen en schalen probeerden de bewoners hun huisraad droog te houden.
Als er iets werd opgeknapt, deden de mensen dat zelf. Handige doe-het-zelvers verbouwden gangkasten tot doucheruimtes. Nauwelijks bekend was dat er door slechte luchtafvoer zelfs doden zijn gevallen. Maar geen huisbaas die zich daarom bekommerde.
De saamhorigheid in de wijk was echter groot; de (haven) arbeiders kende elkaar van het werk, terwijl de vrouwen elkaar dagelijks op straat en in de buurtwinkels tegen kwamen. Spontane burenhulp was de gewoonste zaak van de wereld: effe een koppie suiker lenen, buurvrouw , kan jij misschien op mijn kinderen passen? Het hoorde bij het dagelijkse leven.
De wederopbouw van stad en haven nam Rotterdam en z’n bewoners volledig in beslag. Vooral in Crooswijk, waar vele havenarbeiders woonden, was het motto: Werken, niet zeuren.
Fijne zondag…
Ontdek meer van Oud Crooswijk
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.